Anne heeft een vliegtuig gemaakt

KLEINE EEUWIGHEID

Tussen mijn eind en mijn begin

daar ligt mijn kleine eeuwigheid.

Daar leef ik lekker binnenin.

Daar buiten bestaat geen tijd.

Leo Vroman, 2011

Anne Verhoijsen werkt aan een levenslang onderzoek naar innerlijke vrijheid. Die innerlijk vrijheid, of beter gezegd een innerlijk leven, is wat haar drijft. Deze ‘drive’ wordt gevoed door de dialoog met anderen. Kunstwerken zijn momenten in dat proces, getuigen van een uitdijend netwerk, stolsels van tijd, cadeautjes voor de ander. Zoals ze het zelf formuleert: “My work consists of long-running projects that are sometimes hard to label. The projects evolve from an idea, a dream, a message or a vision. They always contain an element of doing good. Goed doen. Of het nou gaat om als yoga docent anderen de kunst van Iyengar yoga bij te brengen, of om een bevrijdende slag op een grote gong – een gedroomde performance – er zit niets tussen kunst en leven, tussen kind en kunstenaar. En hoewel ze pas op haar vijftigste besloot om professioneel kunstenaar te worden en een kunstopleiding te volgen aan het Sandberg Instituut in Amsterdam, altijd al was er de drang geweest om nieuwe werelden te ontdekken.

De afgelopen maanden verbleef Anne Verhoijsen, gedurende de tweede lockdown, in sundaymorning@ekwc het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk. De periode van deze residency ervaarde ze als een van de meest creatieve en inspirerende in haar leven. Het resulteerde in haar pièce de résistance: een groot vliegtuig van keramiek. Een week voor vertrek was het klaar en hing het in twee banden, zoals een boot aan wal, in de grote presentatieruimte te wachten op transport. Ze wilde geen standaard, pertinent niet. Vanaf een afstand lijkt het in alles op een vliegtuig, in stoere uitstraling en op de werkelijkheid gebaseerde maatvoering, inclusief de ‘decoratie’ die is aangebracht op de staart. Maar als je er met je neus bovenop staat dan vallen de subtiele esthetische verschillen op. Alles oogt zacht en tactiel: de romig witte kleur, de ronde ‘neus’ als de snuit van een orka, het doffe matte glazuur. De decoraties op de staart blijken oude postzegels te zijn uit haar verzameling van over de hele wereld meegebakken in het glazuur. Haar tijdelijke atelier ligt bezaaid met vliegtuigjes; getekend, op standaarden aan de muur, liggend als aangespoelde zeedieren… bezield, bevlogen. Net als de kleine keramieken ladders, de aandoenlijke schildpadden en een serie witte bergjes of puddinkjes. Het blijken afgietsels te zijn van bh-cups uit de verpakking van Marlies Dekkers: ja, er waren ook momenten dat ik niet kon werken aan het vliegtuig, dan maakte ik van alles of hielp ik andere kunstenaars”.

Waarom een vliegtuig? Even denk je dat ze een toepasselijk eerbetoon heeft gemaakt aan een van de meest krachtige objecten van de 20e eeuw, een monument voor (het einde van) een tijdperk. Het object dat ons overal en alles bracht. Het object dat bijdroeg aan de vervuiling van de aarde en uiteindelijke aan de verspreiding van Covid. Met dit kunstwerk markeert Anne Verhoijsen een kantelpunt. Reizen zal immers voorgoed in een ander daglicht komen te staan en hopelijk vinden we nieuwe wegen om ons onstuitbare verlangen naar vrijheid en groei in te lossen. Maar niets is minder en meer waar.

Anne Verhoijsen groeide op in Someren, een dorp in Noord Brabant. Ze herinnert zich een moment als kind in een nabijgelegen speeltuin, waar ze een Engels gezin aansprak. Het was het begin van een jarenlange briefwisseling met een van de kinderen. De opwinding van die eerste buitenlandse postzegels op de brief op de deurmat – het sensationele gevoel dat je wereld groter wordt – ligt aan de basis van haar verlangen naar exotische plekken, andere werelden en de wereld van anderen. Het duurde nog een tijd voordat ze in 19x haar eerste wereldreis ondernam. In de tussentijd laafde ze zich aan het lezen van boeken. Hele middagen verschanste ze zich in de lokale boekwinkel. Ze spaarde om ze te kopen. Boeken waren heilige schatten. In boeken reisde ze al vast…. In een interview met Mieke van der Weij vertelde ze: boeken bevrijden me van een beperkte omgeving”. Bibliotheken, en boekwinkels waren als tempels, die toegang bieden tot een innerlijke wereld. Opgegroeid in de relatieve isolatie van het dorp, verstrekte haar verlangen naar het andere, naar ontdekken, op een manier die doet denken aan een passage uit het boek Mijn Lieve Gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld: … ik zag hoe snel je het spel zat werd, om dan in de verte te turen over de glanzende slakroppen in de moestuin en de broeiplanten, hongerig naar een leven dat achter The Village voor je klaarlag, je wilde weg van hier zoals de meeste meisjes en jongens van jouw leeftijd op den duur weg wilden van het thuisfront, sommigen werden soldaat en gingen het leger in om later weer met heimwee naar de schutkleur van The Village terug te keren, maar jij was er zeker van dat je nooit last van melancholie zou krijgen, alles wat je bezat bevond zich in je hoofd…”

Zelfs de boeken. Eigenlijk ligt alles – haar leven en haar werk – besloten in het werk Reisgenoten. In 2011 maakte ze een boek van alle boeken die belangrijk voor haar waren geweest in de verschillende periodes van haar leven tot aan haar vijftigste verjaardag, aangevuld met een gedicht van Leo Vroman die het persoonlijk voor haar schreef. Op iedere dubbele pagina zien we de kaft van een opengeklapt boek dat door twee handen wordt vastgehouden. Het boek verhindert het zicht op het hoofd erachter. Het boek is het hoofd. De ontblote torso de drager. In chronologische volgorde ontspint zich een tijdsbeeld en een beeld van de fascinaties van Anne Verhoijsen met titels als Het Groot Sprookjesboek. Annelies gaat naar Rotterdam. Witte Veder. Ellen op Ballet. Mijn Leven. Van de koele meren des doods. Het drama van het begaafde kind. Herinneringen dromen en gedachten. Anna Karenina, Giacometti…Lets Take Back Our Space.

Deze laatstgenoemde met als ondertitel “‘Female’ and ‘Male’ Body Language as a Result of Patriarchal Structures” van Marianne Wex, geschreven in 1979, blijkt de sleutel tot een beter begrip van haar motivatie een vliegtuig te maken. Vliegtuig als symbool voor vrijheid. Vliegtuig als metafoor voor mondiale verbondenheid en gelijkheid. Vliegtuig als symbool voor de verspreiding van Covid. Vliegtuig als symbool voor ontdekken en reizen. Maar bovenal Vliegtuig als symbool voor het mannelijke. Ik ben nu 70 jaar. In deze creatieven lockdown heb ik me iets toegeëigend dat vervreemd was. ik heb mezelf hiermee overstegen, mezelf bevrijd, net als met de klap op de gong. Mijn wereld is weer gegroeid, omdat ik – Anne – een vliegtuig heb gemaakt!” Zelf maakt ze de vergelijking met de iconische groot uitgevoerde realistische penis van Louise Bourgeois (1967), hangend aan een soort enorme vishaak door de eikel. Daar waar Louise Bourgeois de superioriteit van het mannelijke ondermijnt en de kwetsbaarheid toont – zo echt mogelijk – is het vliegtuig van Anne Verhoijsen een presentatie van vrijheid en innerlijke verbeelding als een haalbaar goed voor iedereen. Het leven een eeuwigheid vol nieuwe ontdekkingen. “Ik ga straks toch gewoon weer vliegen, dat wordt wel ingewikkeld, met mijn voetstappen, co2, covid, mijn oude vader …maar ik wil echt nog naar Japan.” Niets menselijks is Anne vreemd.

Tanja Karreman, februari 2021